Weetjes

Waar komt carnaval vandaan?

Datum: februari / maart

In veel landen komt eenmaal per jaar de „carnavalsgeest” boven.
De festiviteiten duren gewoonlijk van de zaterdag tot de dinsdag voor Aswoensdag, de eerste dag van de Grote Vasten.
Niemand weet zeker wat de oorsprong is van carnaval. De wortels ervan gaan diep terug in de geschiedenis, en er bestaan dan ook vele gissingen over.
De Encyclopedie Britannica verklaart onder het trefwoord „Carnaval”.

De afleiding van het woord is onzeker, hoe wel het mogelijkerwijs teruggaat op het Middeleeuws-Latijnse “carnem levare” of “carnelevarium”, of het komt van het Latijnse woord “carne vale” wat allemaal de betekenis heeft van het wegnemen of verwijderen van vlees.
Dus zo zie je maar het woord “carnaval”, kan op vele manieren zijn opbouw terug leiden.
Maar als je het voor af gaande goed hebt gelezen stemt alles overeen met het feit dat carnaval de laatste viering is voor het begin van de sobere, 40 dagen durende Grote Vasten, waarin katholieken in vroeger tijden zich onthielden van het eten van vlees.

De Kerk gaf het volk gedurende drie dagen dus de kans zich uit te leven en de bloemetjes buiten te zetten voordat een periode van vasten begon. De historische oorsprong van carnaval is ook in duister gehuld. Het heeft zijn oorsprong mogelijk in een primitieve viering ter ere van het begin van het nieuwe jaar en de wedergeboorte van de natuur, hoewel het ook mogelijk is dat de oorsprong van het carnaval in Italië in verband gebracht kan worden met het heidense feest van de Saturnaliën van het oude Rome.”

Het tijdperk over het ontstaan ligt dan ook tussen 500 en 1500.

Ons land kent nog vele andere feesten die vergelijkbaar met de carnaval, Sinterklaas en Driekoningen bijvoorbeeld.
Al deze feesten hebben namelijk de volgende elementen: verkleden, voor de gek houden, traktaties/met snoep gooien of ophalen.
Wat heeft de grootste invloed gehad op onze huidige carnaval, die gevierd word in onze gemeentes van Parkstad.
Ons carnavalsfeest van Parkstad vindt zijn oorsprong in de Rijnlandse (gebied in Duitsland) carnaval.
In Keulen vond namelijk al in 1823 al een carnavalsoptocht plaats. Deze optocht was georganiseerd door een groep mensen die allemaal boeken en geschriften geschreven hadden. Keulen was een tijd bezit geweest van Frankrijk en werd in 1815 weer ingelijfd bij Pruisen (een rijk waaronder ook het huidige Duitsland behoorde). Keulen was in die tijd een belangrijkste plaats. Mooie spullen en eten werden te koop aangeboden en verkocht.
Belangrijke mensen, vaak met veel geld, wilden dan ook in deze stad wonen. De stad was zo belangrijk dat de keizer zelf een bezoekje kwam brengen aan deze stad, terwijl zijn rijk toch wel heel groot was.
Overal waar de keizer op bezoek kwam kreeg hij mooie bloemen en versierde wagens stonden vol met mensen om de koning te kunnen zien.
Het leek wel een optocht. De schrijvers wilden net zo een mooie optocht houden als toen de keizer op bezoek kwam.
Het hoogtepunt van hun optocht was “Held Carnaval”, onze huidige prins carnaval.

Maar hoe gaat men nu in de tegenwoordige tijd om met al het voorafgaande verhaal?

Elf is het gekkengetal. Op de elfde dag van de elfde maand, is de opening van het carnavalsseizoen.
Meestal in januari worden de nieuwe prinsen van diverse Parkstad gemeentes gekozen, vaak om elf uur elf samen met zijn raad van elf moeten zij ervoor zorgen dat ook de komende carnaval een geweldig feest wordt. De Raad van Elf bestaat in sommige verenigingen uit de vroegere prinsen, in de meeste gevallen niet, maar de ex-prinsen blijven de laatste jaren steeds meer hun toe treden vinden in de raad van elf. Met de prinsengarde behoren zij tot het directe gevolg van de prins.
Tevens geven de carnavalsverenigingen onderscheidingen aan mensen die verdienstelijk zijn geweest, dat betekent dat zij iets hebben gedaan wat goed is voor het carnavalsgebeuren of carnavalsverenigingen en garderegimenten. Het uitreiken van deze onderscheidingen is afkomstig van de Rijnlandse carnaval en was eigenlijk bedoeld als kritiek op de vele onderscheidingen in het Pruisische leger (toenmalige machthebber in Nederland).
In het vroege voorjaar wordt hevig carnaval gevierd in Vlaanderen en in Nederland, vooral in Brabant en Limburg. Op dat feest hoor je verkleed te zijn.
Als je niet veel moeite wilt doen trek je een blauwe kiel aan en knoop je een rode zakdoek om je nek: dan ben je een boer. Maar veel carnavalsvierders verkleden zich uitbundiger: als clown, prinses, eskimo, cowboy of als indiaan.
En tegenwoordig is het een sport om een schitterend pakje te maken, waar men dan ook al maanden van te voren alle creativiteit in steekt.
Met carnaval mag je dus iemand anders zijn. Mannen mogen vrouwenkleren aan en andersom. Rijken kunnen zich verkleden als bedelaar en omgekeerd. Je mag een mombakkes of masker voordoen en niemand hoeft te weten wie je echt bent. In de carnavalsoptochten rijden praalwagens vol carnavalsgekken en narren, waar maanden werk inzit. Aan het eind komt onze vereniging met de prins voorbij met zijn raad van elf op de carnavals -/ prinsenwagen. Ze dragen narrenkappen (teken van zotheid) met lange fazantenveren (teken van waardigheid) en brengen de carnavalsgroet: ze leggen de buitenkant van de rechterhand tegen de linkerwang( wat men ook wel eens omdraait) en roepen: Alaaf . Het regent confetti, papiersnippers, snoepjes en serpentines. Iedereen host en drinkt in cafés en in narrentempels. De thuishavens van diverse verenigingen.
In de loop der tijd werd het “Dansmarieke” aan het carnavalsgebeuren toegevoegd. Zij danst voor en namens de vereniging.
Dansmariekes, een soort majorettes maar dan tijdens het carnavalsseizoen, huppelen zij op gepaste muziek van fanfares en bigbands op nieuwe en oude carnavalshits. Het dansmarieke werd oorspronkelijk door een man vertolkt. Het was namelijk de bedoeling het Pruisische leger belachelijk te maken en daarin vooral de marketentster die mee trok. Het Nazi-regime gebood dat deze rol voortaan door een vrouw vertolkt diende te worden.
Sindsdien is het dansmarieke een vrouw.
In het huidige carnaval heerst er ook een soort van hiërarchie. Ieder jaar wordt er een prins carnaval benoemt.
Hij is de vertegenwoordiger bij uitstek van de vereniging. Hij “regeert” gedurende het feest zijn stad, dorp of wijk. Deze wordt in de meeste gevallen gekozen door een prinsencommissie.

Een andere belangrijke figuur is de nar, in ons geval is dit ?????.

Deze moet bij allerlei gelegenheden op spitsvondige en grappige wijze inspelen op de situatie. Een moeilijke opgave, en het is voor veel verenigingen dan ook heel moeilijk iemand voor deze taak te vinden. Iets gemakkelijker ligt dit bij de “buutereedners”, die hun buut of redevoering van tevoren hebben opgesteld. Deze buut moet net zoals bij de nar lachwekkend overkomen. Het is een echte kunst om deze op een goede manier samen te stellen en te presenteren.
De Sjpaskapel zorgt voor de muzikale begeleiding.
De in verschillende plaatsen georganiseerde carnavalsfeesten vertonen over het algemeen grote overeenkomsten met diverse wijken in Parkstad.
Zo is de optocht altijd het hoogtepunt van de carnaval. De optocht heeft bijna altijd een vaste route. Vaker zijn er twee optochten: een kinderoptocht en de grote optocht. De deelnemers werken soms bijna het hele jaar door aan een wagen en\of kostuums. Er lopen verschillende soorten deelnemers mee.
Zo kan men onderscheidt maken in de wagens, de grote groepen, de kleine groepen, en de einzelgangers.
Deze laatste nemen vooral vaak de plaatselijke politieke of maatschappelijke thema’s op de hak. Ook lopen alle plaatselijke muziekkorpsen en natuurlijke niet te vergeten de “zaate hermeniekes” mee.
Toch heeft elke plaats iets eigens in de carnaval. In sommige plaatsen is er de week van te voren het auw wieverbal; de vrouwen zijn verkleed als ouwe wijven en de mannen zijn niet verkleed.
De vrouwen zijn onherkenbaar en mogen mannen uitkiezen om mee te dansen. Meestal spreken zij niet met de mannen of alleen met een vervormde stem. Aan het einde van de avond doen zij hun masker af en soms komen mannen voor verrassingen te staan. Het komt vaker voor dat een jongen de hele avond met zijn schoonmoeder heeft zitten sjansen.
Op dinsdag avond om 24 uur is de carnaval officieel afgelopen. Er wordt dan afscheid van de prinsen genomen en zij moeten de scepter en de rest van zijn waardigheden afleggen. Ook wordt er afscheid van de carnaval genomen en soms gaat dit met huilen gepaard als bij een begrafenis.
Aswoensdag is de eerste dag van de veertig dagen durende vastenperiode.
Dit is de woensdag na de carnaval. Voor de vierder betekent dit nog een avond stappen, niet verkleed, en haring happen.
Bij elk pilsje krijgt men een gratis haring. Een van de tradities die je ziet, is het haring begraven. De carnaval is dan echt over.
Hoe komt de datum van carnaval tot stand?
Pasen is bepalend voor de datum van de eerste carnavalsdag. Paaszondag is, op de eerste zondag na de eerste volle maan na het begin van de lente (21 maart). Ga dan zeven weken terug voor de eerste carnavalsdag (of 47 dagen voor Aswoensdag). Carnaval begint officieel op zondag. De zaterdag is er in de loop der jaren als extra feestdag “bijgesmokkeld”. Pasen kan op zijn vroegst op 22 maart zijn en op zijn laatst op 25 april. Dit houdt in dat de vroegst mogelijke carnaval 1 februari is. De laatst mogelijke datum is 7 maart.

Beste carnavalsvierders, Ik hoop dat, de zaken iets duidelijker in beeld zijn gebracht.
Zoals U ziet, gaat er meer schuil achter het grote gebeuren en tradities van de carnaval, dan menig een vermoedt.

Waarom is het wanneer carnaval ?

Pasen is bepalend voor de datum van de eerste carnavalsdag. Paaszondag is, volgens het concilie van Nicea (325 voor Christus), op de eerste zondag na de eerste volle maan na het begin van de lente (21 maart).
In 2000 is dinsdag 18 april de dag, gerekend vanaf 21 maart, dat het voor het eerst volle maan is.
De eerstvolgende zondag valt dan op 23 april, wat in 2000 eerste paasdag is. Ga dan zeven weken terug voor de eerste carnavalsdag (of 47 dagen voor Aswoensdag), deze valt dan op 5 maart (8 maart voor Aswoensdag).
Carnaval begint officieel op zondag. De zaterdag is er in de loop der jaren als extra feestdag “bijgesmokkeld”.
Pasen kan op zijn vroegst op 22 maart zijn en op zijn laatst op 25 april. Dit houdt in dat de vroegst mogelijke carnaval 1 februari is.

De laatst mogelijke datum is 7 maart.

Waar komt roed, geel en greun vandaan?

Frans Theunisz zingt “Roed, géél en greun is de kleur van vasteloavend……”
Hoe komt men aan deze kleuren?
Een heel oude verwijzing gaat terug naar 1381. In Kleve (Dld) droeg het gekkengezelschap de kleuren rood en groen. In Frankrijk droegen de narren bij voorkeur groen en rood. En een gezelschap uit Dyon (Fr) droeg al voor 1450 de kleuren rood, geel en groen.
Kleuren waren vroeger veel belangrijker dan nu. De meeste mensen konden niet lezen of schrijven. Daarom maakte men vaak gebruik van kleurensymboliek om iets duidelijk te maken. Carnaval was een dubbelzinnig feest. Enerzijds feestte men en liet zich gaan, anderzijds was er ook angst en droefheid over de komende vastenperiode. In de kleurensymboliek vindt men dit terug:
Rood: de kleur van deugdzaamheid, vurige liefde en ridderlijkheid, maar ook de kleur van de duivel, het gevaar, de dood, strijd en oorlog
Geel: deze kleur staat voor opgewektheid, uitgelatenheid, erotiek, maar ook nijd en afgunst
Groen: positieve kant is die van jeugdigheid, vrijmoedigheid, levendigheid, groei en bloei.
De negatieve kant is die van onervarenheid en dwaasheid